Laurens Symfonisch is het jonge, grote koor van Rotterdam. Het staat onder artistieke leiding van Wiecher Mandemaker. Het koor is met andere koren verzameld in de koorfamilie Laurens Vocaal, waarin de koren als gezinsleden hun eigen naam, leeftijd, geschiedenis en karaktertrekken hebben. Gezamenlijk nemen de koren van Laurens Vocaal je mee in de wereld van de mooiste koormuziek, vanuit hun Rotterdamse basis.


Laurens Symfonisch
Koor
Sinds 2010 hebben de zangers veel successen geoogst met symfonische projecten. Onder de eerste wapenfeiten vallen Beethovens Negende symfonie, Brahms’ Ein deutsches Requiem en Mahlers Tweede symfonie . Hierop volgden de Spring Symphony en Ballad of Heroes van Britten met het BBC Scottish Symphony Orchestra en filmconcerten rondom The Lord of the Rings. Meer hoogtepunten waren A Sea Symphony van Vaughan Williams, de première van de door Bob Zimmerman bewerkte Choruses uit John Adams’ The Death of Klinghoffer en scenische uitvoeringen van Beethovens Fidelio . Later trad het koor op met onder meer Brittens War Requiem , Elgars The Dream of Gerontius en Berlioz’ La damnation de Faust. Van de samenwerking met het Concertgebouworkest in september 2018, in Jeanne d’Arc au bûcher van Honegger, verscheen in juni 2019 een veelgeprezen cd op het label RCO Live.
Net voor de uitbraak van de COVID-19-pandemie zong het koor in Frau ohne Schatten van Richard Strauss: “Nézet-Séguin laat stemmen en instrumenten prachtig samenvloeien.” (NRC) Tijdens de pandemie trok het koor wereldwijd de aandacht in Beethovens Negende , een videoproductie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Publiek kwam na de pandemie weer terug in de concertzaal om het koor te beluisteren in Verdi’s Requiem , gevolgd door Honeggers Le Roi David en Mahlers Tweede symfonie . In 2023 werkte Laurens Symfonisch met het Concertgebouworkest samen in de wereldpremière van Tan Duns Requiem for Nature . Onder de recentere producties vallen Mahlers Derde symfonie met Klaus Mäkelä, Stravinsky’s Psalmensymfonie en Schönbergs Gurre-Lieder met Ricardo Chailly.